Luisteren naar anderen
Mensen uit mijn boek
Michael Braungart studeerde chemie aan de universiteiten van Konstanz, Aken, Zürich, München en Hamburg. Hij werd daarna ook ingenieur en behaalde een doctoraat in de analytische scheikunde aan de universiteit van Hannover. Braungart werd op jonge leeftijd activist bij Greenpeace. Ooit woonde hij in een boom als protest tegen de milieuverloedering. Op het einde van de jaren ’70 was hij stichtend lid van de Duitse Groenen. In 1985 richtte hij de chemische afdeling van Greenpeace International op en werd er de eerste directeur van. Twee jaar later richtte hij in Hamburg, met de hulp van Greenpeace, het Environmental Protection and Encouragement Agency (EPEA) op, een onderzoeks- en consultancybureau dat wereldwijd bedrijven begeleidt bij de ontwikkeling van duurzame productieprocessen. Sinds 1990 is Michael Braungart hoogleraar aan verschillende universiteiten in de Verenigde Staten en Duitsland. In 1995 richtte hij samen met de Amerikaanse architect William McDonough in Charlottesville het bedrijf McDonough Braungart Design Chemistry (MBCD) op, dat duurzame producten en productieprocessen ontwikkelt. Zowel bij EPEA als bij MBCD onderzocht Braungart de levenscyclus van producten.
Bernard Lietaer werd in 1942 in Lauwe geboren, volgde een ingenieursopleiding aan de universiteit van Leuven en studeerde business administration aan het wereldvermaarde Massachusetts Institute of Technology (MIT). Professor Lietaer doceerde aan de Universiteit van Leuven, de Sonoma State University in California, de Naropa University in Colorado en is nu verbonden aan het Centre for Sustainable Resources van de University of California in Berkeley. Van 1978 tot 1983 stond Lietaer aan het hoofd van het departement organisatie en informatica van de Belgische Nationale Bank, waar hij ook voorzitter was van het Belgisch elektronische betaalsysteem. Bernard Lietaer ontwikkelde ook het systeem voor de Europese rekeneenheid ECU, die daarna van naam veranderde en nu bekend staat als de ...euro. Na 25 jaar in de Verenigde Staten te hebben gewerkt en gewoond, keerde Lietaer terug naar ons land. Hij bestudeerde er heel die tijd monetaire systemen. In zijn boek Het Geld van de Toekomst pleit hij voor het gebruik van nieuwe, complementaire muntsystemen naast de bestaande munten zoals de euro of de dollar.
De socialist Job Cohen is burgemeester van Amsterdam. In 2005 noemde Time Magazine hem de Held van Europa, nadat hij erin geslaagd was om de etnische spanningen na de moord op Theo van Gogh in Amsterdam, onder bedwang te houden. In 2006 werd hij uitgeroepen tot de op één na beste burgemeester ter wereld door het World Mayor Project.
Cohen stamt uit een vrijzinnig-joods gezin en studeerde rechten aan de rijksuniversiteit van Groningen. Later werd hij hoogleraar en rector magnificus aan de universiteit van Maastricht. In 1993 werd hij voor de PvdA staatssecretaris van Onderwijs in het kabinet Lubbers III. Hij was in 1998 gedurende een half jaar interim-directeur van de Nederlandse omroep VPRO, een post die hij in datzelfde jaar nog verliet om staatssecretaris van Justitie te worden in het kabinet Kok II. Daar was hij de auteur van een nieuwe vreemdelingenwet, de zogenaamde wet Cohen, die ervoor moest zorgen dat de hele vreemdelingenketen beter zou gaan functioneren.
De Belgische antropoloog Rik Pinxten is hoogleraar aan de Universiteit Gent en voorzitter van het Humanistisch Verbond. Pinxten startte zijn wetenschappelijk onderzoek ruim dertig jaar geleden met veldwerk bij de Navajo-indianen in de Verenigde Staten en breidde later zijn inzichten uit naar andere, ook Westerse culturen. Hij legt de klemtoon op de sterke wederzijdse beïnvloeding van culturen, op het dynamische karakter, maar ook op de taaiheid van culturen. In Culturen sterven langzaam wijst hij erop dat culturen weliswaar elementen van elkaar overnemen, maar ook trouw blijven aan de eigen wortels. In De Culturele Eeuw beschrijft Pinxten de wereld als een planeet in overgang: van een Westers overwicht naar gedeelde invloed, van een monocultureel leefpatroon naar een leven in diversiteit. Pinxten kant zich fel tegen het multiculturalisme, dat hij verwijt culturen naast elkaar te laten leven, terwijl in een pluralistische samenleving culturen samen moeten leven. In zijn laatste boek, De Strepen van de Zebra, schuift hij het zebramodel naar voor. Zebra’s lijken allemaal op mekaar, en toch heeft elke zebra een uniek strepenpatroon. Zo is het ook met mensen gesteld, zegt de hoogleraar, die in 2004 voor zijn spitsvondige analyses de Arkprijs voor het Vrije Woord kreeg.
Marion Van San studeerde sociologie en criminologie aan de Vrije Universiteit van Brussel. Ze doctoreerde in 1998 aan de Universiteit van Amsterdam met het ophefmakende proefschrift Steken en stelen over criminaliteit bij Antillianen in Nederland. Volgens Van San spelen Antilliaanse moeders een belangrijke rol in de ontwikkeling van crimineel gedrag bij hun zonen. Een storm van protest stak op en Van San werd zelfs bedreigd. Ook het onderzoek dat ze in opdracht van minister Marc Verwilghen uitvoerde over criminaliteit bij allochtone jongeren in België kon rekenen op behoorlijk wat kritiek. Omdat Van San stelde dat bepaalde etnische groepen een groter risico op criminaliteit veroorzaken, werd haar racisme aangewreven. De onderzoeksresultaten verdwenen eerst in een lade. Van San toonde zich ook een heftige criticus van het politiek correcte denken. “Als je niet open kunt praten over criminaliteit, kan je nooit tot oplossingen komen,” is haar stelling.
Vandaag is prof. dr. Van San hoogleraar jeugd en educatie van Antillianen aan de Universiteit Utrecht en de Universiteit van de Nederlandse Antillen en hoofdonderzoeker aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam.
Kjell Erik Øie is de Noorse staatssecretaris voor Gelijke Kansen en Kinderen. Hij studeerde verpleegkunde en criminologie en startte zijn carrière als leider van Det Norske Forbundet, een Noorse holebirechtenvereniging. Hij militeerde voor het Noorse samenlevingscontract, was actief in het Noorse onderzoekscentrum voor gendergelijkheid en in Reform, een Noorse mannenorganisatie. In 2000 werd hij voor Det Norske Arbeiderparti, de Noorse sociaaldemocraten, adviseur bij het ministerie voor Kinderen en Gelijke Kansen en parlementslid. Sinds 2005 is hij staatssecretaris in de Noorse regering.
Katja Van Putten studeerde fotografie en marketing en werkte daarna vooral als communicatiedeskundige. In 1999 startte ze, samen met haar vennoot Dettie Luyten, het bureau Fé, Soul Communication. Het moest een bureau voor en door vrouwen worden. In tachtig procent van de huishoudens beslist de vrouw immers wat er allemaal gekocht wordt. Een bureau dat gespecialiseerd is in ‘vrouwelijke waarden’ zou de markt dus van cruciale informatie kunnen voorzien. Fé wil meer zijn dan een communicatie- en reclamebureau. Maatschappelijke relevantie is een van de prioriteiten. Bedrijven die verantwoording willen afleggen aan hun stakeholders en die duurzaam willen produceren hebben bij Fé een voetje voor. Katja Van Putten schreef ook het boek Fé.nomenaal, over het verschil in perceptie tussen mannen en vrouwen, over werken in een reclamebureau voor vrouwen, en over het leven van een gescheiden zakenvrouw met twee kinderen.
Sunder Katwala, half Iers, half Indisch, studeerde politiek, economie en filosofie aan de universiteit van Oxford. Hij was als uitgever bij McMillan’s Publishers verantwoordelijk voor de politieke en economische publicaties, werd daarna onderzoeksdirecteur bij The Foreign Policy Centre, de Europese denktank van voormalig Brits premier Tony Blair, en politiek journalist bij The Observer. Vandaag is hij secretaris-generaal van The Fabian Society, de oudste en meest gezaghebbende denktank van New Labour. Hij schrijft ook regelmatig opiniestukken voor The Guardian.



