De Chinese tong van de PVDA

Zeggen dat Taiwan ‘historisch’ bij China hoort en dat beide partijen via dialoog een oplossing moeten vinden, zal door de Communistische Partij in Beijing op veel gejuich onthaald worden. Maar het is spelen met de toekomst van miljoenen mensen. “In Taiwan, maar ook in Europa,” schrijft Europees Parlementslid Kathleen Van Brempt (Vooruit).

De dubbele standaarden van de PVDA over democratie, mensenrechten en internationaal recht zijn niet nieuw. De ene mensenrechtenschending wordt met veel morele verontwaardiging veroordeeld, terwijl de andere met opvallend veel begrip en nuance wordt behandeld. Met de mantel der liefde wordt veel, zelfs staatsgeweld, bedekt. Zeker wanneer het over China gaat. Dat bewees PVDA-voorzitter Peter Mertens opnieuw met zijn uitspraken over Taiwan in de Standaard.

Met de bewering dat ‘Taiwan historisch deel uitmaakt van China’ neemt PVDA een duidelijke positie in tegen Taiwanese zelfbeschikking. Voor de zowat 23 miljoen Taiwanezen betekent het dat ze de facto worden overgeleverd aan een autoritair regime waarvoor ze nooit hebben gekozen en waarvan ze het gezag consequent afwijzen.

Een echte democratie

Taiwan is vandaag een volwaardige democratie, een van de meest ontwikkelde in Azië. Sinds 1996 kiezen Taiwanese burgers hun president via vrije verkiezingen. De media zijn onafhankelijk. De rechtbanken zijn onafhankelijk. En ook op vlak van mensenrechten gaat het land vooruit. Zo was Taiwan het eerste land in Azië dat het homohuwelijk legaliseerde. Kortom, het voldoet op zowat elke maatstaf overtuigend aan de criteria voor een democratisch bestuur.

Beweren dat deze democratie uiteindelijk toebehoort aan de Volksrepubliek China omwille van een gedeelde geschiedenis waarvan de wegen inmiddels meer dan 80 jaar geleden splitsten, ontkent die realiteit compleet. Het geeft een regime dat zelf nooit één vrije verkiezing heeft georganiseerd een vrijgeleide een democratische samenleving op te slorpen die dat wel doet. We hebben in Hongkong gezien waar dat toe leidt.

Duidelijke neen

Dat is uiteraard niet de wil van de Taiwanese bevolking zelf. Vandaag identificeert bijna twee derde van de bevolking zich in de eerste plaats als Taiwanees en niet als Chinees. Een cijfer dat in de dertig jaar oude traditie van de Taiwanese samenleving alleen maar is gestegen. Toch wordt van Taiwan verwacht dat het zich uiteindelijk neerlegt bij historische claims van een autoritaire grootmacht, ondersteund door militaire dreiging en economische macht.

Mertens sluit daarmee nauw aan bij een narratief dat Beijing al decennialang probeert op te leggen. Daarbij verwijst het voortdurend naar VN-resolutie 2758 uit 1971 als bewijs dat de internationale gemeenschap Taiwan als Chinees grondgebied heeft erkend. Maar dat is een onjuiste interpretatie ervan. De resolutie droeg de Chinese zetel in de Verenigde Naties over van de Republiek China naar de Volksrepubliek China. De tekst zegt niets over de soevereiniteit over Taiwan. Het woord “Taiwan” komt zelfs nergens in de resolutie voor.

Ook het Europese standpunt wordt vaak bewust verkeerd voorgesteld. De Europese Unie volgt, net als de meeste westerse landen, een zogenaamde One China Policy. Dat betekent dat Europa erkent dat Beijing aanspraak maakt op Taiwan, maar die claim niet formeel onderschrijft. De reden daarvoor is dat dat status quo de beste garantie vormt om de democratie in Taiwan te beschermen. Dat is fundamenteel iets anders dan het One China Principle van Beijing zelf, waarin Taiwan expliciet als onafscheidelijk onderdeel van Chinees grondgebied wordt beschouwd en van andere landen verwacht wordt dat ze die positie overnemen.

Waarom Taiwan ook Europa aanbelangt

Maar zelfs wie ongevoelig blijft voor het democratische argument, kan moeilijk naast de economische realiteit kijken. De gevolgen van de Chinese territoriale claim reiken immers veel verder dan Taiwan alleen. Ook tot in Europa. Want Taiwan is niet zomaar een betwist grondgebied. Het is een onmisbare schakel in de wereldeconomie.

Door de Straat van Taiwan passeert jaarlijks bijna de helft van het wereldwijde containervervoer. Taiwanese bedrijven produceren daarnaast het merendeel van de meest geavanceerde halfgeleiders ter wereld. Zonder die chips functioneren onze auto-industrie, medische technologie, communicatiesystemen en defensiesector simpelweg niet. Wie controle krijgt over Taiwan en de omliggende wateren, krijgt dus ook enorme economische macht. Dat raakt Europa rechtstreeks. Meer afhankelijkheid van een autoritaire staat betekent meer kwetsbaarheid voor onze industrie, onze economie en onze strategische autonomie. Het is moeilijk te begrijpen waarom extreemlinks dat risico zo achteloos wegwuift.

Meer dan een claim

Bovendien maakt de Straat van Taiwan deel uit van een bredere regio die cruciaal is voor internationale handel, energiebevoorrading en regionale veiligheid. Landen als Japan, Zuid-Korea, de Filipijnen en Australië volgen de Chinese druk op Taiwan dan ook met grote bezorgdheid. Ook zij begrijpen wat er op het spel staat.

Toch wordt het debat in Europa vaak gereduceerd tot een simplistisch conflict tussen China en de Verenigde Staten. Daarmee verdwijnen de belangen, de democratische keuzes en de veiligheidszorgen van heel die regio uit beeld. Kritisch zijn voor de Verenigde Staten is legitiem. Trump zaait onrust en vernieling in de geopolitiek. En we betalen er met z’n allen de prijs voor.

Maar die kritiek mag ons niet blind maken voor China en haar autoritaire agenda. Uiteindelijk gaat dit debat over een eenvoudige vraag: hebben volkeren het recht om zelf hun politieke toekomst te bepalen? De bevolking van Taiwan heeft daarop al dertig jaar bijzonder consequent geantwoord. Ze wil niet bestuurd worden door Beijing. Dat zouden zelf de communisten moeten kunnen begrijpen.

Volgende
Volgende

Europese Commissie legt Temu boete van €200 miljoen op