Een beter terugkeerbeleid is nodig. De Europese terugkeerverordening is dat niet.
Vandaag heeft het Europees Parlement de nieuwe Europese terugkeerverordening goedgekeurd. Ik betreur dat.
Laat mij duidelijk zijn: deze discussie gaat niet over vóór of tegen terugkeer. Wie geen recht heeft om in Europa te blijven, moet terugkeren. Dat vandaag slechts één op de vijf terugkeerbeslissingen ook effectief wordt uitgevoerd, is een reëel probleem. De vraag is dus niet óf mensen moeten terugkeren, maar hoe je dat op een rechtvaardige, humane en effectieve manier organiseert.
Net daar schiet deze verordening tekort.
Meer versnippering
De logica achter een Europese terugkeerverordening was oorspronkelijk helder. Lidstaten slagen er individueel onvoldoende in om terugkeer efficiënt te organiseren. Daarom was er nood aan meer Europese samenwerking en meer geharmoniseerde procedures. Maar dat is niet wat vandaag op tafel ligt. Lidstaten blijven grotendeels individueel verantwoordelijk, procedures worden onvoldoende gestroomlijnd en het risico bestaat dat het Europese lappendeken alleen maar groter wordt door een wirwar van afzonderlijke akkoorden met derde landen. Als we terugkeer beter willen organiseren, hebben we nood aan meer Europese samenwerking. Niet aan meer versnippering.
Deportaties
Een van de meest controversiële onderdelen van deze verordening is de mogelijkheid om mensen terug te sturen naar landen waarmee zij geen enkele band hebben. We weten intussen dat dergelijke modellen niet werken. Mensen deporteren naar landen waar ze de taal niet spreken, geen netwerk hebben en geen toekomst kunnen opbouwen, levert geen effectief beleid op.
De Britse Rwanda-deal en de Italiaanse Albanië-deal hebben dat duidelijk aangetoond. Ze kostten enorme bedragen belastinggeld zonder dat ze leidden tot hogere terugkeercijfers. Het aantal mensen dat uiteindelijk effectief terugkeert, blijft bijzonder beperkt.
Europese ICE
Bovendien zet deze verordening de deur open voor langdurige detentie van kinderen en voor de oprichting van een Europese versie van ICE. Dat gaat in tegen de fundamentele rechten, het internationaal recht en de mensenrechten. Een efficiënt terugkeerbeleid mag nooit betekenen dat we fundamentele rechten of het internationaal recht op de helling zetten.
We zijn het eens over de noodzaak van een beter en efficiënter terugkeerbeleid. Het was trouwens een sociaaldemocratische Europese commissaris die deze discussie heeft opgestart en het initiatief heeft genomen om werk te maken van een efficiënter Europees systeem. Maar de aanpak waarvoor vandaag gekozen wordt, zal niet leiden tot de resultaten die mensen verwachten.
Dat een coalitie van christendemocraten en extreemrechtse partijen zich achter dit akkoord schaart, is bijzonder problematisch. Extreemrechts heeft het migratiedebat jarenlang gedomineerd met slogans en schijnoplossingen. Dat die vandaag steeds vaker worden verkocht als ernstig beleid, is onverstandig én gevaarlijk.
Mensen hebben geen nood aan stoere communicatie. Ze hebben recht op oplossingen die werken. Daarom hebben we de voorbije jaren hard gewerkt aan het Europees Migratie- en Asielpact. De focus moet nu liggen op de correcte en effectieve uitvoering daarvan. Zodat het debat eindelijk minder over het probleem gaat, en meer over oplossingen ervoor.