Ook Europa moet schouders zetten onder aanpak van de wooncrisis
Het Europees Parlement heeft vandaag zijn eerste rapport ooit over de wooncrisis in Europa goedgekeurd. Het Parlement wil steden, regio’s en lidstaten sterker ondersteunen in de strijd voor betaalbare woningen. “De wooncrisis is vandaag één van de grootste sociale uitdagingen in Europa,” zegt Europees Parlementslid Kathleen Van Brempt (Vooruit). “Voor miljoenen mensen wordt een betaalbare woning steeds moeilijker bereikbaar. Enkel door op elk niveau een tandje bij te steken kunnen we deze crisis aanpakken. Ook Europees.”
Sinds 2010 zijn de woningprijzen in Europa met meer dan 60 procent gestegen, terwijl ook de huurprijzen sterk toenamen. Vandaag besteedt meer dan tien procent van de stedelijke bevolking meer dan 40 procent van zijn inkomen aan huisvesting. Tegelijk slapen elke nacht ongeveer 1,3 miljoen mensen in Europa op straat of in noodopvang. “De wooncrisis raakt allang niet meer alleen mensen met de laagste inkomens of in de meest kwetsbare situaties,” zegt Van Brempt. “Ook jonge gezinnen, studenten, werknemers en middenklassers botsen vandaag op een muur van stijgende prijzen.”
Investeren en bouwen
Het structurele tekort aan woningen is de belangrijke oorzaak van de crisis. In de afgelopen jaren is er te weinig gebouwd en geïnvesteerd in betaalbare huisvesting, terwijl de vraag naar woningen sterk is gestegen. “Europa bouwt vandaag ongeveer 1,6 miljoen woningen per jaar. Dat is onvoldoende. Jaarlijks moeten er zo’n 650.000 extra woningen gebouwd worden om de vraag bij te houden,” zegt Van Brempt. “We moeten meer investeren in de bouw en renovatie van woningen. Tegelijk moeten we er ook voor zorgen dat bestaande en leegstaande gebouwen vaker worden omgevormd tot woonruimte.”
Dat kan door werk te maken van snellere vergunningen, digitalisering of het inzetten op snellere bouwmethodes. In sommige lidstaten kan een digitale vergunningsprocedure de doorlooptijd al terugbrengen van enkele maanden naar amper een paar weken. Ook de omschakeling naar modulair en prefab bouwen kan het bouwritme versnellen. “Daarom willen we nu snel vaart te maken met de uitvoering van het Plan Betaalbaar Wonen dat eind vorig jaar door de Commissie werd voorgesteld,” zegt Van Brempt.
Ook energie-efficiënte renovaties krijgen een belangrijke plaats in het rapport. Investeren in renovatie kan niet alleen de energiefactuur van gezinnen verlagen, maar ook de kwaliteit van woningen verbeteren. “En dat is belangrijk. Energiezuinige woningen betekenen ook gezondere woningen met lagere energiefacturen. Elke euro die in renovatie en efficiëntie gaat, betaalt zich op lange termijn dubbel en dik terug.”
Sterke sociale accenten
Volgens Van Brempt bevat het rapport verschillende belangrijke sociale accenten. Zo vraagt het Europees Parlement meer investeringen in sociale en betaalbare woningen, een grotere rol voor publieke, coöperatieve en niet-commerciële woonmodellen en meer aandacht voor huurdersrechten en transparantie op de huurmarkt.
“Ook de strijd tegen dakloosheid krijgt een centrale plaats in het rapport,” zegt Van Brempt. “We willen succesvolle initiatieven zoals Housing First verder opschalen en de Europese Child Guarantee als hefboom gebruiken om elk kind in Europa een deftig dak boven het hoofd te geven.” Daarnaast pleit het Parlement voor betere gegevensverzameling over leegstand, huurprijzen en woningmarkten. Betere data moet overheden helpen om gerichter beleid te voeren.
Lokale overheden versterken
Steden en regio’s spelen een sleutelrol in het aanpakken van de wooncrisis. Lokale overheden moeten daarom meer toegang krijgen tot Europese middelen en sterker betrokken worden bij het toekomstige Europese woonbeleid. “De wooncrisis ziet er anders uit in Antwerpen dan in Barcelona, in Parijs of op het platteland,” zegt Van Brempt. “Lokale overheden kennen hun eigen woningmarkt het best. Europa moet hen ondersteunen met investeringen, kennis en samenwerking.”
Bijvoorbeeld door hen extra hefbomen te geven in het aanpakken van kortetermijnverhuur en speculatie. “Dat doet steeds meer woningen in steden en toeristische hotspots verdwijnen”, zegt Van Brempt. “In sommige wijken van populaire steden loopt dat op tot wel 20% van de woningmarkt. Zo wordt het aanbod voor lokale bewoners beperkt en worden de prijzen opgedreven. Daar moet een stop op worden gezet." Lokale besturen moeten meer juridische duidelijkheid krijgen om daar gericht tegen op te treden. Bovenop de bestaande regels wil de Europese Commissie werk maken van een nieuwe wet die steden toelaat om, op basis van data, het woonaanbod opnieuw in de eerste plaats voor bewoners te beschermen.
Niet perfect
Het rapport is het resultaat van lange en moeilijke onderhandelingen. “De oorspronkelijke tekst vertrok sterk vanuit een marktgerichte benadering van wonen, met veel nadruk op deregulering en private investeringen,” zegt Van Brempt. “Tijdens de onderhandelingen hebben we hard moeten duwen om sociale elementen zoals huurdersbescherming, sociale huisvesting en de strijd tegen dakloosheid duidelijk in het rapport te krijgen. Met succes.”
“Dit rapport is een belangrijke stap vooruit,” zegt Van Brempt. “Wij hadden het op verschillende punten graag ambitieuzer gezien, bijvoorbeeld op vlak van Europese investeringen in sociale woningen. Maar dit is een compromis waarmee we nu aan de slag kunnen.” Volgens haar is dit rapport zeker geen eindpunt. “Het echte werk begint nu pas. De wooncrisis vraagt structurele oplossingen, meer investeringen en een sterkere bescherming van huurders. Dat gevecht zullen we de komende jaren blijven voeren. Lokaal, Vlaams en Europees.”