Stop destroying videogames: Europa moet consumenten beter beschermen tegen verdwijnen van online videogames

Wie online een videogame koopt, moet die kunnen blijven gebruiken. Ook wanneer bedrijven beslissen om de game uit roulatie te halen of de server waarop de game beschikbaar is offline te halen. Dat is het idee achter het Europees burgerinitiatief Stop Destroying Videogames dat vandaag in het Europees Parlement wordt besproken. “Wie betaalt voor een product, moet dat product ook kunnen blijven gebruiken,” zegt Europees Parlementslid Kathleen Van Brempt (Vooruit). Zo'n 1,3 miljoen Europeanen hebben de petitie ondertekend.

De videogamesector is booming business. Met een markt van meer dan 180 miljard dollar is ze zelfs groter dan de film- en muziekindustrie samen. In Europa spelen naar schatting 128 miljoen mensen videogames. “Steeds vaker via online platformen waarop het product wordt aangekocht en langs waar je toegang krijgt tot de game,” zegt Van Brempt. Maar net daardoor ontstaat vandaag een nieuwe problematiek. Bedrijven verkopen games aan volle prijs, maar besluiten daarna op eenzijdige beslissing om de servers af te schakelen. “Van de ene dag op de andere verdwijnt het product waarvoor de consument heeft betaald,” zegt Van Brempt. “Mensen kopen een game in de veronderstelling dat ze die ook in de toekomst zullen kunnen blijven gebruiken. Vandaag blijkt dat vaak niet het geval. Dat zorgt begrijpelijk voor frustratie en onzekerheid bij consumenten.”

Softwarelicensie

Het bekendste voorbeeld is het racespel The Crew van Ubisoft. Het spel had naar schatting 12 miljoen spelers. Op 31 maart 2024 sloot Ubisoft de servers af zonder een offline modus te voorzien en zonder de spelersgemeenschap de kans te geven het spel zelf draaiende te houden. Enkel mensen die de game recent hadden aangekocht kregen een beperkte terugbetaling aangeboden. De game bestond simpelweg niet meer. Dat is geen alleenstaand geval.  
 
De uitgevers van deze games beroepen zich op de eindgebruikerslicentieovereenkomsten (EULA’s) om het verdwijnen van deze games te rechtvaardigen. “Dat zijn de gebruikersovereenkomsten die je moet aanvaarden voor het het spel van start gaat,” legt Van Brempt uit. “Wie die grondig doorneemt, zal zien dat veel van de software gewoon gelicensieerd wordt en dus niet aangekocht. De sector verkoopt producten als een aankoop, maar behandelt ze juridisch als een dienst die op elk moment kan worden stopgezet.”

Burgerinitiatief 
 
Het Europees burgerinitiatief Stop destroying videogames wil daar dus verandering in brengen. “Terecht,” vindt Van Brempt. “Bij fysieke producten zouden we het vreemd en onaanvaardbaar vinden mocht een bedrijf het aangekochte product plots onbruikbaar maken. Waarom zouden we diezelfde logica niet toepassen op digitale producten?"

De initiatiefnemers vragen bedrijven niet om tot in het oneindige serverondersteuning te bieden voor games waar amper nog gebruikers voor zijn. “Men vraagt alleen om een oplossing te voorzien die gebruikers – ook na het afsluiten van de server – toelaat om de game te spelen,” zegt Van Brempt. “Zo kunnen uitgevers ervoor zorgen dat het spel offline of via particuliere servers verder kan draaien. Ze kunnen ook de servercode vrijgeven, zodat de spelersgemeenschap of een derde partij het spel kan blijven hosten. Of ze kunnen bij de aankoop minimale serviceperiodes communiceren, zodat de consument op z’n minst weet wat hij of zij eigenlijk koopt en hoelang de game minimaal beschikbaar zal zijn.”

Er bestaan vandaag al verschillende voorbeelden van bedrijven die hier oplossingen voor voorzien.  Verschillende kleine studio's hebben al vrijwillige initiatieven genomen. Ubisoft zelf voegde na protest alsnog een offline modus toe aan The Crew 2. “Dat toont dat het perfect mogelijk is.” 

Eerlijke digitale economie

Nu is het aan De Europese Commissie om een reactie te geven op het burgerinitiatief. Van Brempt hoopt dat de Commissie de bezorgdheden en vragen van het burgerinitiatief serieus neem. “Onze economie digitaliseert aan een zeer hoog tempo. Maar we zien dat daardoor consumentenrechten niet altijd even duidelijk beschermd zijn als in de fysieke wereld,” zegt Van Brempt. “We moeten vermijden dat er een grijze zone ontstaat waarin consumenten onvoldoende weten waar ze eigenlijk recht op hebben of er door de digitalisering situaties ontstaan waarbij consumentenrechten erop achteruit gaan.”  
 
De Digital Fairness Act (DFA) die in het najaar door de Europese Commissie zou worden voorgesteld, biedt de Commissie de ideale opportuniteit om deze problematiek aan te pakken. Het is een wetgevend kader dat net bedoeld is om digitale consumentenrechten te versterken. “Met een beetje politieke wil is veel mogelijk,” zegt Van Brempt. “Gamers zijn consumenten en ze verdienen de hoogste standaard van bescherming. Net zoals iedereen die een product koopt in de Europese Unie. Laat ons dat nu ook echt garanderen.” 

Volgende
Volgende

Europa bereikt akkoord over bijkomende garanties voor tarievendeal met Verenigde Staten