Waarom ik als progressieve politica hoop op een overwinning van conservatief rechts in Hongarije
De verkiezingen in Hongarije zijn existentieel geworden voor het land, zijn bevolking en zijn toekomst. Een nieuwe overwinning van Viktor Orbán betekent het einde van de democratische rechtsstaat en een definitieve breuk met Europa. Als hij wint, moeten we ons de vraag stellen of Hongarije nog een plaats heeft binnen de Europese Unie.
De half uur durende rit tussen de luchthaven Ferenc Liszt en het centrum van Boedapest kan een bevreemdende ervaring zijn voor wie niet vertrouwd is met Hongarije en de nationale politiek. De bermen van de autosnelweg zijn bezaaid met grote billboards. Niet met de klassieke reclame voor auto’s of wasmiddelen, maar met politieke propaganda voor de regerende Fidesz-partij. De eerste kennismaking met Hongarije is er één met een muur van grauwe zwart-witbeelden van von der Leyen, Macron, Merz en Zelensky, telkens voorzien van felle rode kruizen en slogans als “Laat ze Hongarije niet stelen” of “Hongarije eerst”.
Alternatieve, pro-Europese boodschappen vallen niet te bespeuren. Nergens. De reden is simpel: de billboards zijn in handen van dezelfde steenrijke oligarch die vandaag ook eigenaar is van het grootste mediaconcern van het land, niet toevallig een vertrouweling van de zittende premier. Het is illustratief voor de manier waarop Orbán het land de voorbije zestien jaar naar zijn hand heeft gezet. Systematisch en doelgericht werden de democratie, de rechtsstaat, de ruimte voor politieke en maatschappelijke organisatie, de vrijheid van meningsuiting en de democratische instellingen uitgehold en ingeperkt. Tegendraadse geluiden worden – zowel binnen de regeringspartij als daarbuiten – zorgvuldig de mond gesnoerd. Er is een reden waarom experts, internationale organisaties en onderzoeksinstellingen Hongarije niet langer als een volwaardige democratie beschouwen. Ja, de Hongaren zullen zondag hun stem democratisch uitbrengen, maar het kader waarin ze dat doen is allesbehalve democratisch te noemen.
Magyar
Net daarom is de opkomst van Péter Magyar als uitdager van Orbán zo opmerkelijk. Voor het eerst in zestien jaar lijkt een politieke tegenstander erin te slagen om het systeem rond Fidesz uit te dagen en mogelijk te doorbreken. Als de peilingen zondag bewaarheid worden, zou dat een ongeziene politieke verschuiving betekenen, gedragen door een brede en ideologisch uiteenlopende groep kiezers die vrijwel niets met elkaar gemeen hebben, behalve het feit dat ze Orbán van de macht willen afhouden. De neerwaartse spiraal van corruptie, machtsconcentratie en vriendjespolitiek van het huidige Fidesz-regime moet doorbroken worden en dit is het moment om het te doen.
Dat maakt van Magyar geen evidente bondgenoot. Integendeel. Magyar is een politicus die zelf gevormd is door de macht die vandaag uitdaagt. Ook inhoudelijk ligt hij op heel veel punten niet ver van Orbán: een hardliner op migratie, terughoudend over verdere Europese integratie en uitgesproken kritisch voor Brussel. Op geopoltiek vlak is zijn positie minstens dubbelzinnig. Zeker wanneer het aankomt op Rusland en de oorlog in Oekraïne. Magyar en Tisza stemden in het Europees Parlement tegen de noodlening van 90 miljard euro voor Oekraïne, verzetten zich tegen het EU-lidmaatschap van Oekraïne en wijzen bijkomende militaire steun af. Magyar zelf laveert tussen kritiek op Rusland en een discours dat inspeelt op een diepgeworteld wantrouwen tegenover Oekraïne in de Hongaarse samenleving.
En toch
Wie gelooft dat de problemen met Hongarije zullen verdwijnen met een andere regering, vergist zich. De kans dat Magyar het land plots op een andere koers zal brengen, is bijzonder klein. Hij zegt de Europese banden te willen herstellen, maar het is allerminst zeker hoe dat zich in de praktijk zal vertalen. Voor een progressieve, pro-Europese politica die gelooft in het belang van samenwerking, is de keuze voor Magyar allesbehalve een keuze van het hart.
En toch moeten we hopen dat Tisza zondag een duidelijke overwinning boekt. Door het kiessysteem is het niet noodzakelijk zo dat de grootste partij ook automatisch het meeste zetels in het Parlement verovert. Deze verkiezingen gaan al lang niet meer over zijn programma of over ideologische verschillen. Voor Hongarije is de inzet existentieel geworden. Wat van Magyar de betere kandidaat maakt, is niet zijn overtuiging, maar de electorale spreidstand die hij nodig heeft om te winnen.
Magyar zal nooit in staat zijn om op dezelfde systematische en autocratische manier als Orban de instellingen, de rechtsstaat en de democratie naar zijn hand te zetten. De brede en ideologisch diverse coalitie die hem vandaag de voorsprong in de peilingen geeft, is daar tegelijk de oorzaak en de verklaring voor. Ook heel wat Hongaren zullen zondag stemmen met hun hoofd en met pijn in het hart. Wie luistert en in gesprek gaat met mensen uit het maatschappelijk middenveld, leraars, mensen uit de LGBTQ-gemeenschap, journalisten, vrouwen, activisten en zelfs kiezers van Magyar hoort vaak hetzelfde geluid: “Magyar is allesbehalve een heiland en we hadden liever een andere keuze gehad. Maar nog een termijn Orban overleven we simpelweg niet. Als het nu niet lukt, dan is het voorbij.”
Hope for the best, prepare for the worst
Deze verkiezingen zijn niet alleen voor Hongarije een kantelpunt. Ze zijn dat ook voor Europa. Dat tegenstanders van de Unie, zoals Donald Trump en zijn vicepresident J.D. Vance, maar ook Vladimir Poetin en zijn Servische vazal Aleksander Vučić zich openlijk en op een ongeziene manier mengen in de Hongaarse verkiezingscampagne, is veelzeggend. Niet alleen de toekomst van Hongarije staat zondag op het spel, maar ook de plaats van het land binnen de Europese Unie.
We moeten hopen dat de uitkomst ruimte laat voor herstel. Maar tegelijk moeten we ons ook realistisch durven voorbereiden op het tegenovergestelde scenario. Want als Orbán wint, is business as usual uit den boze. Met hem aan de macht is Hongarije niet louter een kiezel in de Europese schoen, maar een blok aan het been. Cruciale beslissingen, zoals de noodzakelijke steun aan Oekraïne, de energietransitie, de eenmaking van de markt etc. worden vertraagd en ondermijnd door autocraten als Orban. Dat schaadt niet alleen de welvaart, de economie en het welzijn van de Europese bevolking en de slagkracht van Europa op het geopolitieke toneel. Tegelijk worden Europese middelen misbruikt om zijn macht te consolideren en de basiswaarden waarop de Europese samenwerking is gestoeld verder te ondermijnen.
Nooduitgang
Zestien jaar lang hebben Europese leiders en de Europese Commissie geprobeerd om met dialoog en halfbakken maatregelen tot een vergelijk te komen. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Het resultaat is dat Hongarije steeds verder is afgegleden en de Europese Unie, haar economie en haar bevolking daar vandaag ook de prijs voor betalen. Als Orban zondag opnieuw een mandaat krijgt om dat pad verder te bewandelen, wordt de vraag onvermijdelijk of Hongarije nog deel kan uitmaken van deze Europese Unie. Dat is geen dreigement, maar een vaststelling. Na 16 jaar moeten we dan misschien besluiten dat we te ver uit elkaar gegroeid zijn en onze uitgangspunten en doelen niet langer dezelfde zijn.
Dat zou een ingrijpende en pijnlijke stap zijn. In de eerste plaats voor de Hongaarse bevolking, die in nog grotere politieke en economische moeilijkheden terecht dreigt te komen. En ook voor Europa zou het een klap zijn om Hongarije naar de nooduitgang te duwen. Samen zijn we sterker, verenigd in onze verscheidenheid. Maar net zoals de Hongaarse democratie, kan Europa zich niet opnieuw vijf jaar Orbán permitteren. Soms moet je daarvoor harde keuzes maken. Een afstervende ledemaat kan ook de rest van het lichaam vergiftigen en fataal zijn als je hem niet amputeert.
De keuze is zondag aan de Hongaarse kiezer. We zullen de uitkomst – wat die ook is – respecteren. Maar voor Europa en voor Hongarije hoop ik dat Péter Magyar wint.