Europa kan ook zonder unanimiteit handel met illegale nederzettingen verbieden
De Europese Unie zegt al jaren dat de Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden illegaal zijn. Toch blijft ze ermee handelen. Dat is moeilijk uit te leggen en steeds moeilijker internationaal te verantwoorden. Het enige wat vandaag ontbreekt, is de politieke wil om daar iets aan te veranderen. Ook zonder unanimiteit.
Het Internationaal Gerechtshof was twee jaar geleden glashelder in zijn advies. Israëls aanwezigheid in de bezette Palestijnse gebieden is onrechtmatig en derde landen mogen geen handels- of investeringsrelaties onderhouden die bijdragen aan het voortbestaan van die illegale situatie. Toch heeft de Europese Unie haar handelsbeleid niet aangepast. Ze voldoet daarmee nog altijd niet aan haar verplichtingen onder het internationaal recht.
Vandaag buigen de Europese ministers van Buitenlandse Zaken zich over de opties die de Europese Commissie heeft uitgewerkt naar aanleiding van het advies van het Hof. Slechts één daarvan brengt het Europese handelsbeleid in overeenstemming met het internationaal recht: een verbod op de handel in goederen en diensten afkomstig uit illegale Israëlische nederzettingen. Alles wat minder ver gaat, laat de conclusies van het Hof zonder gevolgen.
Differentiatiebeleid
De alternatieven bouwen voort op het bestaande differentiatiebeleid, waarbij producten uit nederzettingen anders worden behandeld dan goederen uit Israël binnen de internationaal erkende grenzen. Maar dat beleid schiet tekort.
Want in de praktijk belanden producten uit nederzettingen nog altijd op de Europese markt, ondanks de etiketteringsregels. Israël compenseert producenten bovendien voor de extra kosten die het differentiatiebeleid met zich meebrengt. Een probleem dat veel verder reikt dan verkeerd gelabelde wijn of dadels uit de supermarkt.
Bovendien lost differentiatie het fundamentele probleem niet op. Zelfs wanneer we de regels perfect toepassen, blijft de Europese Unie economische activiteiten toestaan die bijdragen aan het voortbestaan van nederzettingen die zij zelf als illegaal erkent. Het beleid verandert hoogstens het etiket, niet de economische realiteit. Daarom volstaat differentiatie niet om onze verplichtingen onder het internationaal recht na te leven.
Een handelsverbod is het enige instrument om dat wel te doen. De politieke en juridische argumenten om zo’n verbod niet in te voeren, zijn uitgeput. Ook het argument dat daarvoor unanimiteit nodig is, houdt geen stand. Een verbod op handel met illegale nederzettingen is geen sanctie binnen het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid, maar een maatregel van het gemeenschappelijk handelsbeleid. Met artikel 207 van het Verdrag als rechtsgrond betekent dat dat een gekwalificeerde meerderheid volstaat.
Fundamentele waarden
Dat is bovendien niet zo uitzonderlijk. De Europese Unie gebruikt haar handelsbeleid al langer om fundamentele waarden te beschermen, onder meer via beperkingen op producten die met dwangarbeid zijn vervaardigd en op goederen die kunnen worden gebruikt voor foltering of de doodstraf. Om de invoer van Russisch gas te verbieden, deed de Europese Unie ook een beroep op artikel 207 VWEU. Er is geen reden om handel met illegale nederzettingen anders te behandelen.
Burgers, maatschappelijke organisaties, vakbonden en experts vragen de Europese Commissie al langer om een dergelijk voorstel. Ook verschillende lidstaten, waaronder België, dringen aan op een Europese aanpak en maken inmiddels zelf werk van nationale maatregelen. Dat onderstreept net waarom Europese actie noodzakelijk is. Zevenentwintig verschillende nationale regelingen zijn moeilijker afdwingbaar, minder doeltreffend en ondermijnen de eenheid van het gemeenschappelijk handelsbeleid.
De Commissie hoeft niet te wachten tot alle lidstaten politiek bereid zijn om te handelen. Haar opdracht is ervoor te zorgen dat de Europese Unie haar verplichtingen onder het internationaal recht naleeft. Twee jaar na het advies van het Internationaal Gerechtshof is de juridische discussie beslecht. De rechtsgrond bestaat. De bevoegdheid bestaat. Een gekwalificeerde meerderheid volstaat. Wat ontbreekt, is de politieke wil om daar echt mee aan de slag te gaan. Daar moet nu eindelijk verandering in komen. De excuses zijn op.
Deze opinie verscheen op maandag 13 juli in De Morgen en werd ondertekend door een groep van Europarlementsleden. Kathleen Van Brempt, S&D (België), Catarina Vieira, Greens/EFA (Nederland), Lynn Boylan, The Left (Ierland), Sirpa Pietikäinen, EPP (Finland), Hilde Vautmans, Renew (België), Lucia Annunziata, S&D (Italië), Villy Søvndal, Greens/EFA (Denemarken), Rudi Kennes, The Left (België), Irena Joveva, Renew (Slovenië), Thijs Reuten, S&D (Nederland)