Niets is zeker met Trump aan de knoppen

“Eén jaar na Turnberry moet Europa duidelijke lessen trekken uit haar eigen fouten. De tarievendeal met de Verenigde Staten heeft niet de nodige stabiliteit gebracht. Het gebrek aan Europese strategie maakt ons bijzonder kwetsbaar voor Trump,” schrijft Europees Parlementslid Kathleen Van Brempt (Vooruit).

Zondag is het exact één jaar geleden dat de Europese Unie en de Verenigde Staten in het Schotse Turnberry hun tarievendeal sloten. Europa beloofde zijn tarieven op Amerikaanse producten naar nul te brengen. In ruil zou Washington een maximumtarief van 15 procent op de meeste Europese goederen respecteren.

Van bij de start was duidelijk dat Turnberry een ongelijke en slechte deal was. Dat is een jaar later niet anders. De deal normaliseert een oneerlijke en illegale Amerikaanse tarievenpolitiek die juridisch op drijfzand is gebouwd en ingaat tegen zowel het Amerikaanse recht als het internationaal handelsrecht. Eigenlijk had Turnberry nooit mogen bestaan. De enige verdedigbare reden om de deal toch te aanvaarden, was de belofte dat ze onze bedrijven een minimum aan stabiliteit en duidelijkheid zou bieden.

Niemand is gebaat bij een handelsoorlog, zeker de Europese Unie en de Verenigde Staten niet. We zijn al decennialang elkaars belangrijkste economische partners en nauwste bondgenoten. De trans-Atlantische handel is goed voor ongeveer 1,68 biljoen euro per jaar, of 4,6 miljard euro per dag. Samen vertegenwoordigden de EU en de VS in 2024 bijna 30 procent van de wereldhandel en 43 procent van het mondiale bbp. Een onevenwichtige maar voorspelbare deal leek daarom beter dan permanente escalatie.

Pestkop

Het probleem is dat stabiliteit niet bestaat met Trump aan de knoppen. De Amerikaanse president gedraagt zich als een pestkop op de speelplaats. Wie tegensputtert, krijgt extra klappen. Maar ook wie toegeeft, is nooit helemaal veilig. Elke toegeving bevestigt voor Trump en zijn regering dat de tarievenpolitiek werkt en legt de basis voor nieuwe eisen. Nooit is het genoeg. Met elke toegeving schuift de lat op. Geef je vandaag je koek af, dan komt hij morgen terug voor je brooddoos.

“Een onevenwichtige maar voorspelbare deal leek daarom beter dan permanente escalatie.”

Dat hebben we het afgelopen jaar meermaals ondervonden. En we zijn niet de enigen. Canada probeert al anderhalf jaar constructief maar kritisch met de Amerikaanse tarieven om te gaan en deelt opnieuw in de klappen. Zondag zat Trump naast premier Mark Carney bij de finale van het WK voetbal. Nog geen dag later kondigde Washington invoertarieven van 50 procent aan op Canadese producten, zelfs op goederen die onder het Noord-Amerikaanse handelsakkoord vallen.

Naar de echte aanleiding blijft het gissen. Trump verwijst naar het Canadese verzet tegen eerdere tarieven. Voordien was zelfs de rook van Canadese bosbranden al aanleiding voor een dreigement. Of misschien was het gewoon maandag. Bij Trump weet je het nooit. Voor elk meningsverschil vindt hij een nieuw tarief.

Tarievendiarree

Ook de Europese Unie en haar lidstaten kregen het afgelopen jaar het ene dreigement na het andere te verwerken. Trump dreigde Groenland in te lijven. Desnoods militair. Toen acht Europese landen daar een handvol militairen naartoe stuurden, antwoordde hij met extra tarieven tot 25 procent. Frankrijk kreeg een tarief van 200 procent op wijn en champagne voorgeschoteld omdat president Macron niet wilde toetreden tot Trumps ‘Vredesraad’. Spanje werd bedreigd met een volledige stopzetting van de handel vanwege zijn defensie-uitgaven en zijn houding tegenover de oorlog met Iran. En toen de Europese uitvoering van Turnberry volgens Washington te lang duurde, dreigde Trump opnieuw met tarieven van 25 procent op Europese wagens.

Obscuur

Daar bleef het niet bij. Eind juni dreigde Trump met tarieven tot 100 procent tegen landen met een digitale dienstenbelasting. Washington opende onderzoeken naar het Duitse geneesmiddelenprijsbeleid en vermeende overcapaciteit in Europese economieën. Voor honderden staal- en aluminiumproducten geldt nog altijd een wurgheffing van 50 procent.

“Het gaat Trump uiteraard niet om de strijd tegen dwangarbeid,
maar om het in stand houden van zijn tarievenmuur.”

Om zulke tarieven op te leggen, grijpt Trump naar steeds obscuurdere rechtsgronden. Tegen Canada haalt hij sectie 338 van de Amerikaanse Tariff Act uit 1930 van onder het stof, een bepaling die nooit eerder zo werd gebruikt. Nu de tijdelijke algemene heffing van 10 procent afloopt, wil Washington ze vervangen door een nieuwe heffing tegen de EU op basis van een onderzoek naar dwangarbeid. En dat terwijl geen enkele economie ter wereld strengere regels hanteert voor producten die met dwangarbeid zijn vervaardigd dan de Europese Unie. Cynischer wordt het niet.

Turnberry zelf

Het is afwachten welk konijn Trump vervolgens uit zijn hoed tovert. Voor een nieuwe escalatie hoeft hij niet ver te zoeken. De basis zit immers in de Turnberrydeal zelf.

Zo beloofde Europa voor 750 miljard dollar Amerikaanse energie aan te kopen en 600 miljard dollar extra te investeren in de Verenigde Staten. Met die twee beloften probeerden de Europese Commissie en de lidstaten de goodwill van Trump af te kopen. Achteraf verduidelijkte de Commissie dat het om privaat geld, niet om publieke middelen ging. Dat maakt die beloften niet alleen bijzonder vaag, maar ook niet afdwingbaar.

Deze week liet de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger de Commissie echter verstaan dat Washington ze wel als harde engagementen ziet. Europa heeft zijn concrete tariefconcessies intussen uitgevoerd. Sinds 1 juli heft het geen invoerrechten meer op Amerikaanse producten. Maar nog voor de inkt droog is, verschuift Washington de focus. Trump kan beweren dat Europa onvoldoende Amerikaanse energie koopt of te weinig investeert en opnieuw een prijs zetten op zijn ongenoegen.

Betalen

Ondertussen betalen wij de prijs. Volgens de Europese Centrale Bank heeft de onzekerheid door de Amerikaanse tarievenpolitiek de groei in de eurozone in 2025  afgeremd. Het effect op bedrijfsinvesteringen was driemaal groter dan op de consumptie. Bedrijven stellen investeringen uit, slikken een deel van de tarieven via lagere winstmarges of verplaatsen productie naar de VS om hun toegang tot de Amerikaanse markt te vrijwaren.

De farmasector toont hoe pervers dat uitpakt. Trump wil Amerikaanse geneesmiddelenprijzen koppelen aan de laagste prijzen in andere landen. Daardoor stellen farmabedrijven de Europese lancering van nieuwe geneesmiddelen uit: een betaalbare prijs hier dreigt ook hun veel hogere Amerikaanse prijs te verlagen. Trump pakt het dure en versnipperde Amerikaanse gezondheidssysteem niet aan, maar schuift de rekening door naar Europese patiënten.

Strategie

Het slechtste wat Europa kan doen, is bevestigen dat Trumps tarievenpolitiek werkt. Toch geven we hem precies dat signaal door elk dreigement als een afzonderlijk incident te behandelen. Hopen dat het overwaait, is naïef. Zonder een gezamenlijke strategie en duidelijke rode lijnen wordt toegeven niet de laatste, maar de enige optie.

Daarom vragen we de Europese Commissie en de lidstaten al meer dan een jaar om zo’n strategie. Vandaag hebben ze geen helder antwoord klaar en beginnen we bij elk dreigement opnieuw te improviseren. Daarmee bewijzen we onze industrie, bedrijven en werknemers geen dienst.

Geen blanco cheque

Het Europees Parlement heeft ervoor gezorgd dat Turnberry geen blanco cheque is. Als Washington het tariefplafond doorbreekt, Europese bedrijven discrimineert of tarieven gebruikt om wijzigingen aan onze wetgeving af te dwingen, kan de Commissie de Europese toegevingen opschorten. Die mogelijkheid is er niet voor niets. Als Trump opnieuw escaleert, moet ze dat ook durven doen.

“Een grondige voorbereiding zorgt ervoor dat Europa sneller kan reageren en minder verdeeld raakt.”

Tegelijk moeten we onze handelsbeschermingsinstrumenten aanscherpen en het antidwanginstrument in stelling brengen. Dat vereist een draaiboek. Welke maatregelen nemen we, wanneer zetten we ze in en wat is de impact op onze economie? Een grondige voorbereiding versnelt de Europese reactie, voorkomt dat lidstaten en sectoren tegen elkaar worden uitgespeeld en beperkt de schade voor onze bedrijven en werknemers. Het doel is niet om blind tarieven met tarieven te beantwoorden, maar om snel, gericht en proportioneel te kunnen reageren.

Daarnaast moeten we nieuwe handelsrelaties uitbouwen en onze interne markt versterken. Die oefening moet een versnelling hoger schakelen. Maar ze vraagt ook een nauwere samenwerking met Canada en andere handelspartners. Door maatregelen en timing op elkaar af te stemmen, vergroten we onze gezamenlijke slagkracht en wordt het voor Washington moeilijker om landen en industrieën een voor een onder druk te zetten. Alleen zo kunnen we een geloofwaardig tegengewicht vormen voor de verdeel-en-heerspolitiek van Trump en zijn regering.

Niemand is gebaat bij een handelsoorlog. Net daarom moet Washington weten dat economische chantage een prijs heeft. Turnberry werd aanvaard in ruil voor stabiliteit. Als die niet bestaat, verdwijnt ook de enige reden om aan de deal vast te houden. Na het afgelopen jaar zouden we beter moeten weten.

Vorige
Vorige

AI-chatbots sturen vrouwen met vragen over abortus naar anti-abortusorganisaties

Volgende
Volgende

Nieuwe tarieven hoeven niet tot escalatie te leiden, zolang Verenigde Staten afspraken respecteren