Nieuwe tarieven hoeven niet tot escalatie te leiden, zolang Verenigde Staten afspraken respecteren
De Verenigde Staten voeren nieuwe tarieven in tegen 60 landen en economieën. Daarvoor grijpen ze naar een onderzoek rond de handel in producten die met dwangarbeid zijn vervaardigd. Ook de Europese Unie krijgt een tarief van 10 procent opgelegd. “Het onderzoek naar dwangarbeid is een drogreden om de oude tarieven te vervangen, nu de periode waarin die gebruikt konden worden afloopt,” zegt Europees Parlementslid Kathleen Van Brempt (Vooruit). “We kunnen hier best pragmatisch mee omgaan, maar dat betekent niet dat we naïef mogen zijn.”
Het stond in de sterren geschreven dat Trump deze week nieuwe tarieven zou aankondigen. Nadat het Amerikaanse Hooggerechtshof de rechtsgrond voor zijn eerdere algemene invoertarieven ongeldig had verklaard, ging hij op zoek naar alternatieven om toch tarieven te kunnen heffen. Dat alternatief vond hij in Sectie 122 van de Amerikaanse handelswet. Een bepaling die de president toelaat om gedurende maximaal 150 dagen een algemeen tarief van 10 procent op te leggen. Dat is precies wat Trump in februari van dit jaar deed.
Maar die 150 dagen zijn nu voorbij. “En dus moest de Amerikaanse regering op zoek naar een nieuwe rechtsgrond om de tarieven te verantwoorden,” legt Van Brempt uit. “We moeten er niet flauw over doen. Het gaat Trump niet om dwangarbeid, maar om het overeind houden van zijn tarieven. Het stond in de sterren geschreven dat de Amerikaanse regering dit onderzoek als nieuwe kapstok zou gebruiken.”
Pragmatisch zijn
In de praktijk verandert er dus weinig. Het oude tarief van 10 procent wordt vervangen door een nieuw tarief van 10 procent. “Dat is lager dan het tariefplafond van 15 procent dat we in het Turnberry-akkoord hebben afgesproken,” zegt Van Brempt. “Het is behoorlijk absurd dat Europa een tarief krijgt opgelegd op basis van dwangarbeid, terwijl wij net tot de strengste regels ter wereld hebben voor producten die met dwangarbeid zijn vervaardigd.”
Toch hoeft dit volgens Van Brempt niet tot een escalatie van het handelsconflict met de Verenigde Staten te leiden. “Onze bedrijven en werknemers hebben behoefte aan stabiliteit en voorspelbaarheid. Zolang de Verenigde Staten het tariefplafond van 15 procent en de andere afspraken uit Turnberry respecteren, kunnen wij pragmatisch omgaan met het gegoochel met rechtsgronden,” zegt Van Brempt. “Maar dat pragmatisme is geen uitnodiging om nieuwe eisen te stellen of de grenzen van de deal verder af te tasten. Wij hebben ons deel van de afspraken uitgevoerd. We verwachten dat de Verenigde Staten hetzelfde doen.”
Geen blanco cheque
Net daarom heeft het Europees Parlement ervoor gezorgd dat Turnberry geen blanco cheque is. De Europese Unie kan haar toegevingen opschorten wanneer de Verenigde Staten de afspraken niet nakomen. “We hebben een duidelijke grens getrokken: tot hier en niet verder,” zegt Van Brempt. “We hebben altijd gezegd dat Turnberry een slecht en onevenwichtig akkoord is, maar dat we het konden aanvaarden in ruil voor stabiliteit. Als Trump zich niet aan de afspraken houdt, moet Europa reageren om onze economie, onze bedrijven en miljoenen werknemers te beschermen.”
De nieuwe tarievenronde van deze week toont hoe broos die beloofde stabiliteit blijft met Trump aan de knoppen. Naast de nieuwe tarieven tegen de Europese Unie en 59 andere economieën kondigde hij ook tarieven van 50 procent tegen Canada en nieuwe tarieven tegen Brazilië aan. “Voor Trump zijn tarieven zowel een doel als een middel. Hij gebruikt ze om zijn zin door te drijven, andere landen onder druk te zetten en de wereld naar zijn hand te zetten. Elk excuus is daarvoor goed. Vandaag gaat het over dwangarbeid, morgen over geneesmiddelen, digitaal beleid, Groenland of nog iets anders.”
Van Brempt verwijst naar de Amerikaanse reactie op de Europese boete van 890 miljoen euro voor Google. De Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Jamieson Greer waarschuwde dat de handhaving van de Europese digitale regels “onzekerheid” zou creëren voor het akkoord van Turnberry. “Dat is een nauwelijks verhuld dreigement. Europa mag dat niet aanvaarden. Onze regels gelden voor elk bedrijf dat op onze markt actief is, ook wanneer dat bedrijf Amerikaans is. Daarover valt niet te onderhandelen.”
Draaiboek
Van Brempt vindt dat de Europese Unie zich beter moet voorbereiden. “Vandaag ontbreekt een duidelijke strategie om met Trumps tarievenbeleid om te gaan. Bij elk nieuw dreigement begint de Europese Commissie te improviseren, terwijl de lidstaten hopen dat het vanzelf weer overwaait. Dat is een bijzonder slecht uitgangspunt tegenover iemand als Trump.”
Daarom pleit Van Brempt voor een Europees draaiboek met duidelijke rode lijnen en vooraf afgesproken tegenmaatregelen. “We hebben een plan nodig dat vastlegt hoe we op nieuwe incidenten reageren en welke maatregelen we wanneer inzetten. Vandaag bestaat daar geen enkele consensus over. De Commissie heeft geen plan en de lidstaten zijn het onderling niet eens. Dat kan niet.”
Van Brempt wil dat de Europese Commissie de bestaande handelsinstrumenten aanscherpt. Ook het Europese antidwanginstrument moet volgens de ondervoorzitter van de Commissie Internationale Handel in stelling worden gebracht. Dat instrument laat de Europese Unie toe om tegenmaatregelen te nemen wanneer een ander land economische druk gebruikt om Europese politieke beslissingen te beïnvloeden. Die maatregelen kunnen verder gaan dan klassieke invoertarieven en bijvoorbeeld ook gericht zijn op diensten. “Het doel is niet om blind elk tarief met een nieuw tarief te beantwoorden. Daarmee doen we vooral onszelf pijn,” zegt Van Brempt. “Een duidelijke strategie moet ons in staat stellen om snel, gericht en proportioneel te reageren, met zo weinig mogelijk schade voor onze eigen economie.”
Ook nauwere samenwerking met Canada en andere handelspartners kan Europa sterker maken. “We moeten onder ogen zien dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Door onze maatregelen en timing beter op elkaar af te stemmen, wordt het voor Trump moeilijker om landen en industrieën een voor een onder druk te zetten en uit elkaar te spelen.”
Niemand is gebaat bij een handelsoorlog. “Maar die vermijden, betekent niet dat we bij elk dreigement moeten plooien,” zegt Van Brempt. “Europa kan geduldig en pragmatisch zijn, maar niet naïef. Het wordt hoog tijd dat we uitgaan van onze eigen sterkte en onze bedrijven en onze werknemers beschermen tegen deze illegale tarievenpolitiek.”