Voor terugkeer. Tegen deze terugkeerwet.
Ik stemde deze week tegen de nieuwe Europese terugkeerverordening. Niet omdat ik wil dat terugkeer mislukt, maar omdat ik wil dat het werkt. Dat is niet wat deze verordening zal doen.
Europa kampt met een falend terugkeerbeleid. Slechts één op de vier mensen die de EU moeten verlaten, doet dat ook daadwerkelijk. In 2024 gaven EU-landen aan 453.840 mensen het bevel om het grondgebied te verlaten. 119.155 deden dat effectief. Een terugkeerpercentage van 26%. Dat is een reëel probleem. Een effectief terugkeerbeleid is het sluitstuk van elk goed functionerend migratiebeleid. Zonder dat worden alle maatregelen om die asielcrisis te managen en migratie te organiseren nutteloos. Dit pleidooi is dus geen pleidooi voor het status quo. De huidige situatie is maatschappelijk én politiek noch houdbaar, noch wenselijk.
In 2021 publiceerde de Europese Rekenkamer een uitgebreide evaluatie van het terugkeerbeleid en de oorzaken achter de systematisch lage terugkeercijfers. Het antwoord was niet dat de detentiewetgeving tekortschoot. Ondanks jaren van intense onderhandelingen beschikt de EU over amper achttien bindende terugkeerovereenkomsten. De oorzaak daarvan, zo luidde het rapport, was dat lidstaten consequent weigeren om de bestaande hefbomen voor het afsluiten van dergelijke overeenkomsten op een gecoördineerde en effectieve manier in te zetten. Regeringen ondergraven elkaar met eigen bilaterale akkoorden in plaats van samen één front te vormen. Daardoor, zo staat in het rapport te lezen, lijdt het systeem ernstig onder inefficiënties die net het tegenovergestelde effect veroorzaken: ze moedigen illegale migratie aan in plaats van die te ontmoedigen.
Lappendeken
Dat was ook de analyse achter de jarenlange inspanningen om op Europees niveau werk te maken van een meer gecoördineerd en geharmoniseerd asiel- en migratiebeleid, dat uiteindelijk uitmondde in het Europese asiel- en migratiepact dat vorige week in werking trad. Zolang het migratiebeleid bleef hangen in een wirwar van nationale systemen, elk met hun eigen tekortkomingen en zwakke punten, zou het systeem nooit beter kunnen functioneren. Dat geldt ook voor het terugkeerbeleid. Het Europese terugkeerbeleid is in werkelijkheid de kleinste gemene deler van zevenentwintig systemen onder één vlag. Nationale systemen met eigen definities, procedures en besluiten.
Eén geharmoniseerd systeem, met een terugkeerbesluit dat overal op dezelfde manier wordt erkend en toegepast, kan daar een einde aan maken. Alleen wordt dat probleem niet aangepakt. Er is geen sprake van harmonisatie van de procedures. Het terugkeerbeleid is en blijft een nationale bevoegdheid, gebaseerd op zevenentwintig nationale procedures die niet op elkaar worden afgestemd en op besluiten die niet automatisch worden erkend. Dat was nochtans wel de bedoeling van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie. Een terugkeerbesluit van één lidstaat zou in alle andere lidstaten moeten worden erkend en afgedwongen. Vandaag wordt die erkenning enkel ‘aangemoedigd’, maar is ze allesbehalve verplicht.
Restbak
De chaos van die zevenentwintig systemen wordt nog aangemoedigd nu elk land individueel de mogelijkheid krijgt om akkoorden te sluiten met derde landen voor de zogenaamde terugkeerhubs – een naam die allesbehalve de lading dekt, maar daar kom ik later op terug. Het lappendeken waarvoor de Europese Rekenkamer al waarschuwde, blijft een lappendeken. Van één front is geen sprake en de aanpak versterkt net de onderlinge ‘concurrentie’ tussen de lidstaten. Dat blijkt ook uit de eerste reactie van CD&V-voorzitter Sammy Mahdi op de goedkeuring van het voorstel. “Als België geen illegalen terugstuurt via terugkeerhubs en de rest van de EU wel, zal de toestroom hier mogelijk opnieuw sterk toenemen”, klinkt het. De focus ligt niet op een beter en sluitend terugkeerbeleid, maar op ervoor zorgen dat België niet ‘de restbak’ wordt.
Voor kleine en/of financieel minder slagkrachtige lidstaten is die verdeeldheid allesbehalve voordelig. Terugkeerakkoorden en de terugkeerhubs waarvan sprake kosten geld. Veel geld. Wie de grootste of diepste zakken heeft of – dankzij de grootte van het land – bepaalde voordelen heeft die het mee in de schaal kan werpen, heeft een streepje voor op andere landen. In plaats van de Europese schaal in te zetten als hefboom, dreigt het huidige beleid een opbod tussen Europese lidstaten te worden. De enigen die daarbij winnen, zijn de landen en regimes aan de andere kant van de onderhandelingstafel. Wees gerust dat zij dat ook weten. Griekenland, Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Denemarken zijn al gesprekken gestart met regeringen, voornamelijk in Afrika, op precies die basis: elk apart onderhandelend, op eigen voorwaarden. Dat zou – bij uitstek in een land als België – de alarmbellen moeten doen afgaan.
Veilig?
‘Terugkeerhub’ is een vlag die de eigenlijke lading niet dekt. Het klinkt mooi, maar met terugkeer heeft het weinig te maken. Je kan niet ‘terugkeren’ naar een land waar je nog nooit bent geweest. Dat is wel wat we gaan doen. Mensen deporteren naar ‘veilige landen’ waar ze geen toekomst hebben, geen enkele binding mee hebben én waarvan ze de taal niet spreken, met het oog op terugkeer naar hun eigen land, maar zonder de zekerheid dat dat ook daadwerkelijk zal gebeuren. Voorstanders werpen op dat dit – volgens het akkoord – moet gebeuren met respect voor de mensenrechten en het internationaal recht. In de praktijk zijn daar ernstige vraagtekens bij te plaatsen. Zo is Egypte één van de landen die volgens de Europese criteria strikt genomen als veilig worden beschouwd. Voor het gemak wordt dan abstractie gemaakt van het feit dat internationale organisaties en mensenrechtenorganisaties al herhaaldelijk ernstige bezorgdheden hebben geuit over de willekeurige detentie van migranten, ongeoorloofde uitzettingen, slechte omstandigheden in detentiecentra en het risico op refoulement – het terugsturen van mensen naar landen waar ze vervolging, geweld of andere ernstige schade riskeren. Eens daar is het niet langer ons probleem, klinkt de redenering. Daar betalen we hen voor.
Onder datzelfde motto wil de Europese Commissie, samen met enkele lidstaten, een oud samenwerkingsakkoord over migratie met Afghanistan nieuw leven inblazen. Daarvoor moeten ze aan tafel met het Afghaanse bestuur: de taliban. Het is tekenend voor een schrijnende disconnectie tussen de Europese waarden en de realiteit van het beleid dat door de Europese leiders wordt nagestreefd. In 2025 waren Afghanen met ongeveer 117.000 asielaanvragen opnieuw de grootste groep asielzoekers in de EU. Ongeveer één op de drie onder hen is een vrouw. Dat we vandaag toch willen praten over de terugkeer van Afghaanse meisjes en vrouwen naar zowat het meest vrouwonvriendelijke regime ter wereld, is schrijnend. En ook voor mannelijke Afghanen is het leven onder het regime van de taliban geen aanlokkelijk vooruitzicht. Er is een reden waarom de erkenningsgraad van Afghaanse asielzoekers met 72% relatief hoog ligt.
Werkt niet
Maar zelfs voor wie compleet abstractie wil maken van dat menselijke aspect, roept de externalisering van het terugkeerbeleid heel wat vraagtekens op. Het werkt immers niet. Dat weten we omdat drie landen al met dergelijke akkoorden hebben geëxperimenteerd. Eén van de meest genoemde argumenten is het ontradende effect van dergelijke akkoorden. De mogelijkheid om te worden gedeporteerd naar een derde land zou migranten afschrikken om naar een land met dergelijke akkoorden te reizen. Het impact assessment van het Britse Home Office, de instantie die verantwoordelijk is voor het afsluiten en uitvoeren van het fel omstreden migratieakkoord met Rwanda, ontkracht dat idee. Er is academische consensus dat er weinig tot geen bewijs bestaat dat dergelijk beleid mensen ervan weerhoudt te migreren.
Bovendien kosten dergelijke akkoorden handenvol geld en leveren ze amper resultaat op. Dat blijkt ook uit de Rwanda-deal van het Verenigd Koninkrijk. In totaal spendeerde de Britse overheid 715 miljoen pond aan het akkoord. 290 miljoen daarvan ging rechtstreeks naar Kigali. De rest werd ingezet voor detentiecapaciteit, het organiseren van deportatievluchten en advocaten. Uiteindelijk werd niemand met dwang het land uitgezet. Vier mensen vertrokken vrijwillig voor de regeling opnieuw werd geschrapt. Dat is 178 miljoen pond belastinggeld per asielzoeker. Iets met de tering naar de nering zetten.
Dure bedden
De regering-Meloni probeerde in Italië hetzelfde idee in de praktijk om te zetten door een akkoord af te sluiten met Albanië. Er werd 670 miljoen euro begroot voor twee centra met een capaciteit van 36.000 personen per jaar. De werkelijke kostprijs van die centra liep volgens onafhankelijke waarnemers later op tot 800 miljoen euro. Ongeveer zeven keer meer dan wat het zou kosten om dergelijke faciliteiten op Italiaans grondgebied op te zetten. Drie keer probeerde Italië mensen over te brengen. Drie keer werd de aanpak teruggefloten door Italiaanse rechtbanken. Ook het Europees Hof van Justitie oordeelde in augustus 2025 tegen het Italiaanse beleid. In het eerste volledige operationele jaar van de centra passeerden er 111 mensen. Dat zijn erg dure bedden. Albanië heeft inmiddels laten weten dat het de samenwerking met Italië niet wil verlengen.
En dan is er nog Australië, het veelgeprezen model waar conservatieven en nationalisten in Europa graag naar verwijzen. Dat is een vreemde vergelijking. Europa is Australië niet, zeker geografisch gezien. Australië is een eiland. Europa is dat vooralsnog niet. Maar ook de geopolitieke context is fundamenteel anders. Wat werkt voor een afgelegen eilandstaat, kan je niet zomaar kopiëren naar een continent dat grenst aan verschillende conflictgebieden en duizenden kilometers aan complexe land- en zeegrenzen heeft. Maar goed, Australië heeft in de afgelopen veertien jaar naar schatting 12 miljard Australische dollar uitgegeven aan de detentiecentra op Nauru en Manus Island. Op het hoogtepunt kostte het de belastingbetaler iets meer dan een half miljoen dollar per persoon per jaar om slechts enkele duizenden mensen vast te houden. Australië sloot later ook een akkoord met Cambodja. Het legde in totaal 40 miljoen Australische dollar neer om herplaatste vluchtelingen over te nemen. In totaal gingen zeven mensen daarop in.
Meewerken
Asielzoekers worden ook verplicht mee te werken aan hun eigen terugkeer en worden gestraft als ze dat niet doen. Dat heeft enkel betekenis als meewerken ook tot een effectieve terugkeer zou leiden. Waar dat niet kan – daarmee bedoel ik: zonder documenten of identiteitsbewijs van het land van herkomst of zonder een goed functionerend terugkeerakkoord – heeft die straf nul effect. Niemand vertrekt daardoor een dag vroeger. Het vergroot zelfs het risico dat mensen in de illegaliteit verdwijnen. Zo wordt de focus verlegd van vrijwillige terugkeer naar gedwongen terugkeer. Wie niet meewerkt, wordt beboet. Beroep aantekenen heeft geen zin. Want door het schrappen van het automatisch opschortend effect voor de meeste terugkeerberoepen kan iemand – zaak of niet – toch gewoon worden uitgewezen.
In de praktijk blijkt ook die aanpak duurder én minder effectief. Een onderzoek van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in zes landen concludeerde dat mensen die vrijwillig terugkeren economisch zelfstandiger zijn, minder psychosociale problemen ervaren en meer kans hebben op een duurzame re-integratie. Vrijwillige terugkeer is bovendien aanzienlijk goedkoper. Een gedwongen uitzetting kost de overheid vaak twee tot drie keer meer dan een ondersteunde vrijwillige terugkeer. Toch lijkt het beleid steeds vaker de voorkeur te geven aan dwang.
Je zou kunnen denken: koste wat het kost, als ze maar vertrekken. Maar ook daar wringt het schoentje. Uit cijfers van Frontex blijkt dat ongeveer 60% van de terugkeeroperaties die het agentschap de voorbije jaren ondersteunde, vrijwillige terugkeer betrof. De Europese Commissie erkende bovendien in haar eigen terugkeerhandleiding dat een overdreven repressieve aanpak contraproductief kan zijn. Wie niets meer te winnen heeft bij medewerking, heeft vaak ook geen reden meer om actief mee te werken aan de afhandeling van zijn eigen dossier. Daardoor wordt terugkeer niet eenvoudiger, maar net moeilijker.
Kinderen
En als dat alles nog niet genoeg is om te twijfelen aan de nieuwe terugkeerverordening, dan is er nog het diep menselijke en humane aspect. Want de nieuwe wetgeving zet de deur open naar praktijken waar ieder van ons zich ernstige zorgen om zou moeten maken. Zo verbiedt de wet niet langer de langdurige detentie van kinderen. Ze laat die toe, met de vage omschrijving dat dit een laatste redmiddel moet zijn, voor periodes die kunnen oplopen tot 24 maanden. De ronduit schokkende beelden van huilende en ontredderde kinderen die – al dan niet vergezeld van een ouder – worden gearresteerd door ICE in de Verenigde Staten, kunnen daardoor ook hier realiteit worden. Het mag me het label van linkse moraalridder opleveren, maar het principe dat geen enkel kind van zijn vrijheid mag worden beroofd, is voor mij heilig. Je sluit geen kinderen op. Punt.
Het doembeeld van een Europese ICE, naar Amerikaans model, is geen gering risico. De nieuwe verordening laat huiszoekingen en doorzoekingen van werkplekken om mensen op te sporen toe in de hele Unie. De groep mensen waarover het gaat wordt niet kleiner, maar angstiger. Samen genomen maakt dat de problemen voor hen en voor de samenleving groter.
Extreemrechtse samenwerking
Toch wordt het debat over deze terugkeerverordening door de voorstanders ervan telkens weer gereduceerd tot een valse tegenstelling: ben je voor terugkeer of ben je tegen? Elke keer opnieuw gaan ze daarbij voorbij aan de inhoudelijke argumenten die ik hierboven schets. Het is slechte symboolpolitiek die niet leidt tot beter beleid. Het is blijkbaar voldoende om streng te lijken. Als je maar kan beweren dat er door jou meer migranten verdwijnen.
Daarmee schuiven centrumrechtse partijen steeds vaker op in de richting van extreemrechts. Deze terugkeerverordening werd ook in het Europees Parlement goedgekeurd door een alliantie van christendemocraten en extreemrechtse partijen. Daarmee begaan ze een cruciale vergissing. Ze normaliseren oplossingen die jarenlang door extreemrechtse partijen naar voren werden geschoven en creëren zo de illusie dat ze geloofwaardig zijn. Dat is des te problematischer omdat extreemrechts zelf zelden geïnteresseerd is in oplossingen die effectief zijn. Hun politiek project draait niet om het oplossen van migratie, maar om het in stand houden van migratie als permanente bron van maatschappelijke onrust en politieke polarisatie. Een effectief migratiebeleid levert geen stemmen meer op.
Want als deze maatregelen binnen enkele jaren niet leiden tot hogere terugkeercijfers, als honderden miljoenen euro's worden uitgegeven aan terugkeerhubs, detentiecentra en nieuwe controlesystemen zonder dat de resultaten volgen, dan zal de frustratie alleen maar groter worden. De teleurstelling van vandaag wordt dan de voedingsbodem voor het extremisme van morgen. Je verslaat extreemrechts niet door hun recepten over te nemen. Je verslaat hen al helemaal niet door extremer te proberen te zijn dan zij. Wie dat spel speelt, verliest altijd. Extreemrechts zal altijd een nog radicalere oplossing vinden. Dat is het begin van een gevaarlijke neerwaartse spiraal zonder einde.
Er is nochtans een duidelijk alternatief. Een terugkeerbeleid wordt niet effectiever door het harder te maken, maar door het beter te organiseren. Gebruik de hefbomen die Europa vandaag al heeft om echte gezamenlijke terugkeerovereenkomsten af te sluiten. Zorg ervoor dat terugkeerbesluiten in de hele Unie automatisch worden erkend in plaats van vrijblijvend te blijven. Investeer meer in vrijwillige terugkeer, die goedkoper is, vaker werkt en leidt tot duurzamere resultaten. En zet alles op alles in een goede en correcte uitvoering van het asiel- en migratiepact, dat net bedoeld is om het Europese beleid coherenter en effectiever te maken. Geen van die oplossingen klinkt bijzonder spectaculair. Maar ze hebben één voordeel: ze pakken de oorzaken van het probleem aan, in plaats van de symptomen.
Ja, Europa heeft nood aan een beter terugkeerbeleid. Maar een beleid wordt niet beter omdat het harder klinkt. Het wordt beter omdat het de oorzaken van het probleem aanpakt. Dat doet deze terugkeerverordening niet. Daarom heb ik tegen gestemd.