Wat ik nog wil zeggen over Antwerpse vlaggen

Ik heb geen schrik van moeilijk. Sinds 2001 ben ik, op een korte onderbreking na, lid van de gemeenteraad van deze prachtige stad. Ik beschouw dat als een voorrecht. Maar dat betekent niet dat het altijd gemakkelijk is geweest. In die vijfentwintig jaar hebben zich heel wat moeilijke momenten voorgedaan. Momenten die zwaar wegen, die je doen twijfelen over wat de juiste weg vooruit is en die je soms ook persoonlijk naar de keel grijpen.

Ik zat in deze raad na de aanslagen van Hans Van Themsche, waarbij de jonge peuter Luna en haar oppas Oulematou om het leven kwamen. Ik zat op de eerste rij toen de Visa-crisis het Antwerpse stadsbestuur tot ontslag dwong en leidde tot maandenlange politieke onzekerheid. Urenlang hebben we in deze raad, toen ik ook Vlaams minister van Mobiliteit was, gedebatteerd over de Oosterweelverbinding en het referendum over de Lange Wapper.

Ik stond op de trappen van het stadhuis toen, twee legislaturen geleden, een rechts stadsbestuur met de botte bijl door de sociale sector ging. Ik zat in deze raad toen onze dokwerkers hier kwamen protesteren voor het behoud van de wet-Major. En ik zat hier ook toen in Deurne-Zuid, zonder voorafgaande communicatie met de buurt, onverwacht bomen werden gekapt.

Ja, er zijn heel wat moeilijke momenten gepasseerd in die vijfentwintig jaar. Maar zelfs op die momenten ben ik altijd blijven geloven in de kracht van samenwerking. De uitgestoken hand, dat is waar ik in geloof in de politiek. Het idee dat je, zelfs wanneer je fundamenteel van mening verschilt, vooruit geraakt door samen naar constructieve oplossingen te zoeken.

Dat betekent dat je niet altijd je zin krijgt. Het betekent ook dat je de moed moet hebben om uit te leggen waarom je een moeilijke beslissing hebt genomen en waarom je ervan overtuigd bent dat die beslissing de juiste is, of op zijn minst de beslissing die de stad het meest vooruithelpt. Dat is wat mij betreft de fundamentele opdracht van een politicus, zeker wanneer die bestuurt. Wie iets wil veranderen, moet ook bereid zijn verantwoordelijkheid te dragen.

Net daarom betreur ik oprecht wat zich de voorbije maanden in onze stad heeft afgespeeld. De discussie over het vlaggenprotocol verdeelt het stadsbestuur, verdeelt gemeenschappen en verdeelt inwoners. Het debat erover polariseert nodeloos en beide kampen trekken zich steeds verder terug achter de muren van hun eigen gelijk.

Daar wordt onze stad niet beter van.

Mijn partij en ik hebben gisteren opnieuw samen met de oppositie gestemd voor twee moties om het vlaggenprotocol aan te passen. Ik ben er ook oprecht van overtuigd dat die aanpassing nodig is. De wereld is veranderd. De realiteit om ons heen is veranderd. En een wereldstad als Antwerpen moet de durf en de verantwoordelijkheid hebben om daarmee om te gaan en zich daaraan aan te passen.

Dat is mijn persoonlijke overtuiging. En ja, dat betekent voor mij dat de Israëlische vlag vandaag, gezien de huidige omstandigheden in de regio, voorlopig niet langer aan de gevel van het stadhuis hoort te hangen. Dat zou volgens mij de juiste keuze zijn.

Maar ik begrijp ook dat anderen radicaal anders naar dit debat kijken. En hoewel ik het fundamenteel oneens ben met die visie,
heb ik er wel begrip voor. Dat hoort ook zo in een volwassen democratie.

Ik hoef geen gelijk te krijgen.

Maar laat ons op zijn minst constructief rond de tafel gaan zitten om samen naar een oplossing te zoeken. Laat ons op zijn minst bespreken hoe we kunnen vermijden dat deze discussie een jaarlijkse, pijnlijke traditie wordt. Laat ons op zijn minst zoeken naar een weg vooruit, zodat de polarisatie kan stoppen.

Want ondanks alle meningsverschillen denk ik dat we het over één zaak eens zijn: niemand wordt beter van de loopgraven waarin we vandaag tegenover elkaar staan. Niemand, behalve zij die leven van de polarisatie in onze stad.

Ik geloof dat een meerderheid van deze stad, een meerderheid van de gemeenteraadsleden, inclusief de voltallige meerderheid, iets anders wil voor Antwerpen. Daarom steek ik de hand uit. Dat hebben we het voorbije jaar meermaals gedaan en dat zullen we blijven doen.

Omdat ik geloof in de kracht van samenwerking.

Ook als dat niet evident is.
Ook als we het fundamenteel oneens zijn.
Ook als het moeilijk is.

Maar moeilijk gaat ook.

Volgende
Volgende

Vertrek Servisch president geen reden voor business as usual